Van oude mengvormen naar moderne MMA
De geschiedenis van MMA heeft niet één beginpunt. In verschillende tijden en landen werden disciplines met elkaar getest in wedstrijden met uiteenlopende regels. Zulke voorbeelden zijn voorlopers of invloeden, maar niet allemaal moderne MMA in de huidige sporttechnische betekenis.
In het oude Griekenland combineerde pankration boksen en worstelen. De sport werd in 648 v.Chr. onderdeel van de Olympische Spelen en stond veel technieken toe, met verboden op onder meer bijten en het aanvallen van de ogen. Ook uit China, India, Japan en andere regio's zijn gemengde gevechtsvormen en wedstrijden tussen verschillende stijlen beschreven.
In de negentiende en vroege twintigste eeuw vonden in Europa, Japan en Noord-Amerika wedstrijden plaats tussen boksers, worstelaars, judoka's, savateurs en beoefenaars van andere systemen. Catch wrestling, Bartitsu, sambo en Japanse merikan-wedstrijden droegen elk op hun eigen manier bij aan het idee dat een vechter meerdere afstanden en aanvalsvormen moest beheersen.
In Brazilië groeide vale tudo vanaf de jaren 1920 uit tot een bekende traditie van gevechten tussen verschillende stijlen. De Gracie-familie organiseerde daarnaast uitdagingswedstrijden waarin Braziliaans jiujitsu werd getest tegen worstelen, boksen en andere disciplines. De beroemde partij tussen Masahiko Kimura en Hélio Gracie in 1951 was een grapplingwedstrijd, geen moderne MMA-partij, maar werd wel een belangrijk moment in de ontwikkeling van Braziliaans jiujitsu en mixed-style combat.
Japan ontwikkelde een tweede belangrijke route. Shoot wrestling, Shooto, Pancrase en RINGS brachten striking en submission grappling samen in formats die steeds meer op echte sportwedstrijden gingen lijken. De partij tussen Muhammad Ali en Antonio Inoki in 1976 liet tegelijk zien hoe moeilijk een gevecht tussen verschillende regelsystemen kan worden wanneer beide deelnemers hun eigen afstand en voorwaarden proberen af te dwingen.
De Ultimate Fighting Championship werd op 12 november 1993 in Denver georganiseerd als een toernooi waarin verschillende vechtstijlen tegenover elkaar stonden. Royce Gracie won UFC 1 en hielp aantonen hoe belangrijk grondcontrole en submissies zijn tegen grotere tegenstanders die daar niet op waren voorbereid. De eerste evenementen hadden weinig regels en werden later grondig aangepast voor veiligheid, sportregulering en bredere acceptatie.
De term 'mixed martial arts' werd in 1993 gedocumenteerd in een bespreking van UFC 1 door televisiecriticus Howard Rosenberg. Wie de term precies heeft bedacht, blijft onderwerp van discussie. In de jaren daarna verdrong MMA geleidelijk benamingen als 'ultimate fighting' en 'no holds barred' als algemene naam voor de gereguleerde sport.