Oorsprong in Rio de Janeiro
Euclydes “Tatu” Hatem geldt in veel geschiedenissen als de centrale grondlegger van Luta Livre. Hij had een achtergrond in catch wrestling en begon volgens aangeleverde bronnen vanaf 1927 in Rio de Janeiro technieken te onderwijzen en verder te ontwikkelen. De stijl bleef no-gi en werd beïnvloed door catch wrestling, Grieks-Romeins worstelen, judo en Braziliaanse Vale Tudo-praktijk.
Luta Livre verspreidde zich via sportscholen en trainingsgroepen in Rio de Janeiro en later onder meer Manaus. De afwezigheid van een gi was zowel een technisch kenmerk als een toegankelijke keuze voor beoefenaars die geen traditioneel pak gebruikten. De populaire voorstelling dat alle Luta Livre-beoefenaars uit één sociale klasse kwamen is te eenvoudig, maar toegang en sportcultuur speelden wel een rol in de rivaliteit met BJJ.
Ontwikkeling en rivaliteit met BJJ
De rivaliteit tussen Luta Livre en Braziliaans jiu-jitsu werd zichtbaar in uitdagingen, Vale Tudo-partijen en submissionwedstrijden. Namen als Euclydes Hatem, Euclides Pereira, Fausto en Carlos Brunocilla en Roberto Leitão worden met de ontwikkeling van de traditie verbonden.
Wedstrijdverslagen over Hatem en de Gracie-familie spreken elkaar op onderdelen tegen. Daarom worden data, winnaars en specifieke technieken alleen als brongebonden claims weergegeven. Ook gebeurtenissen rond Hugo Duarte, Rickson Gracie, Eugênio Tadeu en de Desafio-evenementen worden onderscheiden als formele wedstrijd, uitdaging of informele confrontatie.
Van Vale Tudo naar modern grappling
In de jaren 1970 droegen Fausto en Carlos Brunocilla bij aan de verdere opleiding van Luta Livre-beoefenaars. Roberto Leitão, met ervaring in judo en worstelen, wordt genoemd vanwege zijn systematisering van grappling vanuit biomechanica en beweging. De latere ontwikkeling van no-gi grappling en MMA ontstond uit een brede wisselwerking tussen Luta Livre, BJJ, worstelen, judo, sambo, catch wrestling, Muay Thai en andere systemen.