Vroege geschiedenis
Chinese krijgskunsten ontwikkelden zich uit verschillende behoeften: zelfverdediging, jacht, militaire training, lichamelijke oefening en competitie. Oude bronnen beschrijven worstelen, wapentraining en handgevecht, maar de precieze oorsprong van veel moderne stijlen is niet vast te leggen.
Legenden verbinden Chinese krijgskunsten soms met de Gele Keizer, Bodhidharma of de Shaolintempel. Zulke verhalen zijn belangrijk voor de cultuur en identiteit van bepaalde scholen, maar zijn niet automatisch historisch bewijs. Gedocumenteerde bronnen over methoden, wedstrijden en trainingsvormen worden vooral duidelijker vanaf latere historische perioden.
Shaolin en de vorming van tradities
De Shaolintempel op Songshan in Henan werd in de late vijfde eeuw gesticht. Historische bronnen beschrijven later monniken, staftraining en de rol van de tempel in gewapende conflicten. De bekende voorstelling dat Bodhidharma het volledige Shaolin Kung Fu heeft uitgevonden, ontstond veel later en moet als legende worden behandeld.
Vanaf de zestiende en zeventiende eeuw zijn er meer bronnen die Shaolinmonniken en hun wapentraining beschrijven. De staf werd een belangrijk symbool en praktische vaardigheid. Deze bronnen bewijzen echter niet dat er één onveranderlijke Shaolinstijl bestond die alle hedendaagse systemen heeft voortgebracht.
Filosofie en maatschappij
Chinese krijgskunsten werden beïnvloed door Taoïstische, Confucianistische en boeddhistische ideeën, maar ook door militaire strategie en gezondheidspraktijken. Begrippen als balans, discipline, timing, ontspanning en zelfbeheersing kregen in verschillende scholen een eigen betekenis.
In de republikeinse periode werden Chinese krijgskunsten toegankelijker voor een breder publiek. Organisaties, handleidingen, demonstratieteams en de Central Guoshu Academy hielpen bij standaardisering en verspreiding. Na 1949 ontwikkelde de Chinese overheid daarnaast modern wushu als gereguleerde sport met gestandaardiseerde vormen en wedstrijdonderdelen.