Van Marseille en Parijs naar Frans boksen
De wortels van Savate liggen in het Frankrijk van de zeventiende tot negentiende eeuw. In de haven van Marseille ontwikkelden zeelieden een trapstijl die later werd verbonden met de naam chausson, naar het lichte schoeisel dat aan boord werd gedragen. In Parijs ontstond daarnaast een hardere vorm van straatvechten waarin zware schoenen, lage trappen en openhandtechnieken een belangrijke rol speelden.
Deze historische verhalen moeten niet worden verward met één officieel startmoment. Savate groeide uit verschillende Franse tradities en werd pas later als sport gestandaardiseerd. De naam verwijst naar een oude schoen of laars, wat past bij het historische belang van schoeisel binnen de discipline.
Casseux en Lecour
Michel Casseux speelde een belangrijke rol bij het onderbrengen van chausson en Savate in een meer gereguleerde trainingsomgeving. In 1825 opende hij in Parijs een school waarin technieken werden onderwezen en gevaarlijke straatpraktijken werden beperkt.
Charles Lecour bracht daarna Engelse bokstechnieken samen met de Franse traptraditie. Door stoten, trappen, beschermende handschoenen en een duidelijker trainingssysteem te combineren, ontstond de basis van de moderne boxe française. De Charlemont-lijn droeg later bij aan de verdere verspreiding, codificatie en professionalisering van de sport.
Van straatvechten naar georganiseerde sport
De moderne sportversie sloot technieken uit die in een straat- of zelfverdedigingssituatie wel konden voorkomen, zoals kopstoten, oogaanvallen, klemmen en ongecontroleerde worpen. Daardoor werd Savate geschikt voor training, competitie en een internationale federatieve structuur.
Savate was in 1924 in Parijs als demonstratiesport aanwezig op de Olympische Spelen. In de twintigste en eenentwintigste eeuw groeide de sport verder via nationale federaties, Europese kampioenschappen, wereldkampioenschappen en de internationale federatie.