Okinawaanse wortels: te en tōde
In Okinawa bestond al een inheemse vechttraditie die te of tī werd genoemd. Vanaf de late middeleeuwen ontstonden intensieve contacten met China. Handelaren, immigranten, gezanten en studenten brachten kennis mee uit Fujian en andere delen van China. Uit deze wisselwerking ontstonden tradities die later onder namen als tōde en Okinawa-te werden beschreven.
Over het precieze ontstaan van karate bestaat geen enkelvoudig verhaal. Theorieën verwijzen naar mēkata, Chinese krijgskunsten via Kume en handels- en tribuutmissies, en de ontwikkeling binnen de Ryukyuaanse samoerai- en ambtenarenklasse. De invloed van historische regels rond wapens wordt door onderzoekers genuanceerd.
Regionale tradities en belangrijke meesters
De vroege geschiedenis wordt vaak samengevat in Shuri-te, Naha-te en Tomari-te. Shuri-te en Tomari-te liggen aan de basis van veel Shōrin-ryū- en Shotokantradities, terwijl Naha-te een belangrijke bron werd voor Gōjū-ryū. Kanga Sakugawa, Matsumura Sōkon, Kanryō Higaonna, Chōjun Miyagi en Kanbun Uechi vertegenwoordigen verschillende schakels in deze ontwikkeling.
Ankō Itosu hielp karate in 1905 in het Okinawaanse onderwijs te introduceren en ontwikkelde de Pinan-kata voor beginners. Zijn leerlingen vormden later een groot deel van de moderne karategeschiedenis.
De naam karate-dō en de modernisering in Japan
De schrijfwijze veranderde van 唐手, ‘Tang-hand’, naar 空手, ‘lege hand’. Het achtervoegsel dō betekent ‘weg’ of ‘pad’ en benadrukt dat karate niet alleen om vechttechniek draait, maar ook om vorming en zelfkennis.
Gichin Funakoshi presenteerde karate in 1922 in Tokio. Zijn onderwijs werd later verbonden met Shotokan. Motobu Chōki benadrukte praktische toepassing en kumite. Ook Kenwa Mabuni, Chōjun Miyagi, Hironori Ōtsuka en Kanbun Uechi brachten Okinawaanse tradities naar Japan.
Uniformen, gekleurde banden en het kyū-danrangensysteem werden overgenomen uit de bredere budōcultuur. Aanvankelijk lag de nadruk sterk op kata; later ontwikkelden leraren verschillende vormen van voorbereid en vrij kumite.
Filosofie en stijlen
Funakoshi benadrukte nederigheid, beleefdheid en zelfbeheersing. Het principe ‘karate ni sente nashi’, vaak vertaald als ‘er is geen eerste aanval in karate’, vat die defensieve houding samen. De vier Japanse hoofdstromen die in veel internationale wedstrijdcontexten worden genoemd zijn Gōjū-ryū, Shitō-ryū, Shōtōkan en Wadō-ryū. Daarnaast bestaan onder meer Shōrin-ryū, Uechi-ryū, Isshin-ryū, Motobu-ryū en Kyokushin.